fbpx

Schema’s uit de schematherapie

Jeffrey Young ontwikkelde in 1990 de schematherapie, een effectieve vorm van therapie die kan helpen bij het doorbreken van patronen. In mijn praktijk werk ik met zijn gedachtegoed. Als je weet welke schema’s je hebt, helpt dat in het gesprek waarom je doet zoals je doet en wat je ten diepste nodig hebt. Vastgeroeste patronen krijgen zo een naam en een verhaal. Je hebt een hele goede reden voor hoe je je voelt en hoe je doet.

Young onderscheid vijf schemadomeinen, waar alle schema’s in zijn onderverdeeld:

  1. Onverbondenheid en afwijzing
  2. Verzwakte autonomie en verminderd functioneren
  3. Verzwakte grenzen
  4. Gerichtheid op anderen
  5. Overmatige waakzaamheid en inhibitie (geremdheid/onderdrukken)

Bij schema’s kijken we naar oude, aangepaste patronen die al vroeg in je jeugd zijn ontstaan. Toen hebben deze schema’s je geholpen om te overleven, om de pijn te dragen, om gezien te worden, maar nu zijn ze destructief voor jezelf en voor je relatie. We hebben allemaal schema’s en patronen. Hoe harder je ze nodig had als kind, hoe vaker je bevestigt bent in de werkzaamheid van je schema’s, hoe sterker ze zullen zijn. Als je getriggerd wordt, dan neemt dit schema het over. Een automatische reactie, die soms gepaard gaat met heftige gevoelens. Met alle gevolgen van dien. In feite kun je in je relatie ook ‘oud gedrag’ bij je partner activeren.

Er is sprake van onvoorwaardelijke en voorwaardelijke schema’s. Een voorwaardelijk schema kan een manier zijn om een onvoorwaardelijk schema te onderdrukken, en is in die zin een reactie op al oudere of heftigere pijn. Een voorwaardelijk schema kun je veranderen, een onvoorwaardelijk schema nauwelijks.

Een voorbeeld: Als ik mijzelf wegcijfer en me vooral bekommer om wat jij nodig hebt (schema Zelfopoffering), dan blijft onze relatie goed en laat je me niet in de steek (schema Verlating). Je hebt geen invloed op de angst om verlaten te worden. Als je bang bent, ben je bang. Je hebt wel invloed op wat je met deze angst doet en of je die wel of niet onderdrukt met gedrag wat niet zo gezond is, zoals je eigen behoeftes niet serieus nemen.

Voorwaardelijke schema’s

Onderwerping

Je geeft jezelf over aan de wil van anderen om negatieve consequenties te voorkomen: boosheid, conflicten, straf of verlating. Je onderdrukt je eigen behoeften en emoties. Soms weet je misschien niet eens wat je vindt of wilt. Je richt je meer op wat de ander wil en je bent overmatig meegaand. Je denkt dat wat jij denkt, voelt of wilt niet geldig of waardevol is. Je voelt je soms in de valt gelokt. De boosheid hierover stapel je op en kan zich uiten in driftbuien, psychosomatische klachten, je terugtrekken of de pijn onderdrukken met een verslaving.
Dit schema kan ontstaan zijn doordat je zag dat de ene ouder zich voegde naar alles wat de andere ouder wilde. Ook kan er negatief of zelfs bestraffend gereageerd zijn op wat jij (of een ander) wilde, voelde of nodig had. Je hebt geleerd dat het veiliger is om je niet te uiten en voor je eigen behoeften op te komen.

Zelfopoffering

Je bent overmatig gericht op de behoeften van je partner ten koste van wat je zelf wilt of nodig hebt. Dit doe je uit eigen beweging. Je probeert zo te voorkomen dat je een ander pijn doet, je voelt je schuldig als je voor jezelf kiest en vaak heb je relaties met mensen die je nodig hebben. Je bent erg gevoelig voor de pijn van een ander. Het gevolg is dat jouw eigen behoeften niet bevredigd worden. Zo komt er ruimte voor het opbouwen van boosheid of een gevoel van wrok. Jij bent die persoon die zich altijd vrijwillig aandient wanneer er iets gedaan moet worden.
Dit schema kan ontstaan zijn door het zien van een ouder met dit schema, waardoor je denkt dat het veiliger is om het anderen naar de zin te maken.

Goedkeuring/ erkenning zoeken

Overmatige nadruk op het zoeken naar de goedkeuring, erkenning of aandacht van anderen of overmatig gericht zijn op aanpassen ten koste van het ontwikkelen van een veilig en waarachtig zelfgevoel. Je gevoel van zelfrespect hangt af van de reacties van anderen. Het gevolg is dat je overdreven gaat benadrukken hoe succesvol, mooi, rijk je bent. Het gaat je niet primair om macht, maar om het krijgen van goedkeuring, bewondering of aandacht. Je bent overgevoelig voor afwijzing.

Emotionele geremdheid

Je onderdrukt je emoties en impulsen om afkeuring te voorkomen, geen schaamte te hoeven voelen of omdat je bang bent dat je de controle over je impulsen zult verliezen en bijvoorbeeld overmatig boos zult worden. Je bent vooral rationeel ingesteld waardoor je voorbijgaat aan wat een ander (en jijzelf) voelt. Je vindt het lastig om spontaan te doen.
Je gevoelens werden vroeger belachelijk gemaakt of je hebt gezien wat de gevolgen kunnen zijn van te veel verdriet of woede.

Je kunt woede en agressie onderdrukken, positieve impulsen onderdrukken (plezier, affectie, seksuele opwinding), moeite hebben met het uiten van kwetsbaarheid of onbevangen te communiceren over wat je wil en voelt, of overmatig rationaliseren waarbij je voorbijgaat aan emoties.

Strenge normen/ overmatig kritisch zijn

Het is nooit goed genoeg voor jou. Je kunt altijd beter je best doen en betere resultaten behalen. Je bent kritisch, perfectionistisch en overdreven efficiënt. Dit gaat ten koste van je gezondheid, je ontspanning en plezier. Je voelt je altijd onder druk staan en kunt moeilijk stil zitten. Soms is er sprake van starre regels, misschien omdat je daarmee bent opgegroeid. Je bent streng naar jezelf en naar anderen. Dit alles om kritiek of afwijzing te voorkomen. Je zit jezelf daarom constant op de huid.

De hoge eisen kunnen tot uiting komen in de vorm van perfectionisme, starre regels of je bent altijd bezig met tijd en efficiëntie omdat je meer in minder tijd wil bereiken.

Onvoorwaardelijke schema’s

Verlating/ instabiliteit

De subjectieve ervaring van instabiliteit of onbetrouwbaarheid voor hen die beschikbaar zijn voor steun en verbondenheid. Je hebt het gevoel dat belangrijke anderen niet in staat zullen zijn emotionele ondersteuning, verbondenheid, kracht of praktische bescherming te blijven geven omdat ze emotioneel instabiel of onvoorspelbaar (woede), onbetrouwbaar of slechts onregelmatig aanwezig zijn, omdat ze zullen doodgaan of je in de steek laten voor iemand die beter is.

Wantrouwen/ misbruik

Je verwacht dat anderen je pijn zullen doen, misbruiken, vernederen, bedriegen, liegen, manipuleren of gebruik van je zullen maken. In jouw beleving wordt pijn of schade opzettelijk toegebracht of het is het gevolg van onrecht en extreme verwaarlozing. Het gevoel dat je altijd ‘aan het kortste eind trekt’.

Emotioneel tekort (emotionele verwaarlozing)

Je verwacht dat anderen onvoldoende tegemoet zullen komen aan jouw verlangen naar normale mate van emotionele steun.

  1. Gebrek aan koestering (aandacht, affectie, warmte of gezelschap)
  2. Gebrek aan empathie (anderen die begrip tonen, luisteren, zich blootgeven of hun gevoelens met je delen)
  3. Gebrek aan bescherming (ontbreken van anderen die kracht, richting of raad geven)

Tekortschieten/ schaamte

Het gevoel tekort te schieten; mislukt, slecht, minderwaardig of ongewenst te zijn. Zodra anderen jou beter zullen leren kennen ben jij bang dat zij dat zullen ontdekken en je zullen afwijzen. Het gevoel van waardeloosheid leidt vaak tot schaamte. Je vindt jouw innerlijk onvolkomen en slecht. Je voelt je onzeker in het gezelschap van anderen of schaamt je voor je uiterlijk of sociale onhandigheid. Deze modus wordt opgeroepen door (dreigende) kritiek, afwijzing of verwijten. Als dit thema bij jou speelt, is het mogelijk dat je vroeger vaak bekritiseerd, afgewezen of vernederd bent.

Sociaal isolement/ vervreemding

Het gevoel dat je geïsoleerd bent van de rest van de wereld, anders bent dan andere mensen en/of geen deel uitmaakt van een groep of gemeenschap. Dit gevoel kan bijvoorbeeld opgeroepen worden wanneer je vrienden iets gaan doen zonder jou. Je voelt je geïsoleerd van de rest van de wereld en anders dan andere mensen. Als dit thema bij jou speelt, was je vroeger misschien daadwerkelijk een buitenbeentje door bijvoorbeeld vaak verhuisd te zijn, of doordat je ouders anders waren dan andere ouders in je omgeving.

Afhankelijkheid/ incompetentie

Je bent extreem hulpeloos en functioneel afhankelijk van anderen, doordat je bijvoorbeeld geen besluiten kan nemen over dagelijkse problemen. Je bent vaak gespannen en angstig. Je voelt je vaak hulpeloos.

Kwetsbaarheid voor ziekte en gevaar

De overdreven angst dat er elk moment een ramp kan gebeuren en dat je die niet zult kunnen voorkomen. Angsten betreffen

  1. Medische rampen (hartaanval bv)
  2. Emotionele rampen (gek worden)
  3. Rampen van buitenaf (ongeluk, misdrijf, aardbeving)

Kluwen/ onderontwikkeld zelf

Overmatige betrokkenheid bij en band met een of meer belangrijke anderen (vaak ouders) ten koste van volledige individuatie of normale sociale ontwikkeling. Houdt vaak de overtuiging in dat minstens een van de personen in het kluwen niet kan overleven of gelukkig kan zijn zonder de voortdurende steun van de ander. Kan ook gevoelsn van verstikt worden door of versmelten met anderen of onvoldoende individuele identiteit inhouden. Vaak ervaren als een gevoel van leegte of vastlopen, niet weten welke kant je op moet of in extreme gevallen twijfelen aan je bestaan.

Mislukken

De overtuiging dat je in verhouding tot je leeftijdsgenoten mislukt bent, onvermijdelijk zult mislukken of absoluut onvoldoende presteert (school, carrière, sport, etc). houdt vaak de overtuiging in dat je dom, onbeholpen, onwetend bent, geen talent en minder status en succes hebt dan anderen, etc.

Negativisme/ pessimisme

Je bent enorm gericht op de negatieve aspecten van het leven (pijn, dood, verlies, teleurstelling, conflict, schuld, wrok, onopgeloste problemen, mogelijke fouten, verraad, dingen die verkeerd zouden kunnen gaan) terwijl je de positieve of optimistische aspecten bagatelliseert of daar geen aandacht voor hebt. Je verwachting is dan ook dat alles uiteindelijk mis zal lopen. Dit kan samengaan met een grote angst om fouten te maken, chronisch piekeren, waakzaamheid, klagen of besluiteloosheid.

Bestraffendheid

De overtuiging dat mensen streng gestraft moeten worden voor hun fouten. Daarbij heb je de neiging om boos, intolerant, bestraffend en ongeduldig te zijn tegenover mensen (inclusief jezelf) die niet beantwoorden aan je verwachtingen of normen.

Houdt gewoonlijk moeite in met het vergeven van fouten van jezelf of anderen, vanwege weerstand om rekening te houden met verzachtende omstandigheden, toe te geven dat mensen niet volmaakt zijn of mee te leven met de gevoelens van anderen.

Veeleisendheid/ grootsheid

De overtuiging dat je superieur bent aan anderen, aanspraak kunt maken op speciale rechten en privileges of niet gebonden bent aan de regels van de wederkerigheid die normale sociale interacties sturen. Houdt vaak de overtuiging in dat je zou moeten kunnen doen of hebben wat je maar wil, ongeacht wat realistisch is, wat anderen redelijk vinden of wat het anderen kost; of een overdreven gerichtheid op superioriteit (bv beroemd, succesvol of rijk willen zijn) om macht of controle te verwerven (dus niet vanwege aandacht of goedkeuring). Behelst soms overmatige concurrentie met of overheersing van anderen, macht laten gelden, eigen standpunt doordrukken of het gedrag van anderen bepalen overeenkomstig eigen verlangens, zonder medeleven met of bezorgdheid om de behoeften of gevoelens van anderen.

Onvoldoende zelfcontrole/ zelfdiscipline

Moeite met zelfcontrole, weinig frustratie kunnen verdragen. Overdreven nadruk op het vermijden van ongemak, zoals pijn, conflict, verantwoordelijkheid of inspanning, wat ten koste gaat van persoonlijke vervulling, betrokkenheid/ toewijding of integriteit.

Meer weten over schematherapie?