Een herkenbaar verhaal over Robert (35) en Joyce (34) die gedoe krijgen over taakverdeling. Onbegrip, zelfverdediging, verwijten en het niet weten hoe je moet krijgen wat je zo graag wilt

Robert is onderweg naar huis. Hij staat in een overvolle tram en ruikt het zweet van de dame naast hem. Het is warm en hij snakt naar een momentje voor zichzelf. Het was een drukke dag op zijn werk, waarin hij constant onderbroken werd door collega’s of telefoontjes die hem nog meer werk bezorgden. Soms overziet hij niet meer wat hij allemaal moet doen om aan het eind van de maand zijn salaris te mogen ontvangen. Hij heeft stress over het feit dat zijn collega zich ziek heeft gemeld wegens burnoutklachten. Robert ziet al gebeuren dat zijn baas alle projecten van die collega op zijn bureau dumpt, terwijl hij nu al nauwelijks zijn hoofd boven water houdt. De tram komt tot stilstand en tussen de dringende mensen zoekt Robert zijn weg naar huis.

Hij verlangt naar het eten dat zijn vrouw klaar zal hebben, een koud biertje erbij, en zijn kinderen in bed voor te lezen uit het oude sprookjesboek waar hij als kind al verslingerd aan was. Robert heeft het helemaal gehad en heeft (terecht) een beetje medelijden met zichzelf.

Joyce werkt twee dagen in de week, maar is vandaag thuis bij de kinderen. Ze heeft een berg was weggewerkt die er al sinds vorige week lag (en alleen maar leek te groeien). De wc zat verstopt nadat zoonlief een dino probeerde door te spoelen. Ze heeft een afspraak gemaakt met de tandarts en een verjaardagskaart geschreven voor haar schoonmoeder. Het is warm en ze snakt naar een momentje voor zichzelf. Vandaag deed ze niet anders dan politieagentje spelen tussen de jongste twee. Ze heeft bij het aanrecht een kopje koud geworden koffie gedronken en stiekem een stuk chocolade weggewerkt. Ze was vergeten te lunchen omdat ze zo druk was de melk op te ruimen die de kinderen van tafel hadden gestoten. De omgegooide legodozen op zolder heeft ze uiteindelijk zelf maar opgeruimd. Ze moet nog naar de winkel, de dropveters die ze nodig had voor de traktatie van morgen waren op nadat ze de kinderen even alleen had gelaten.

Ze verlangt ernaar dat Robert thuiskomt, de kinderen overneemt en de rommel in de keuken opruimt. Zodat zij even op de bank kan liggen, koud biertje erbij, dat hij de kinderen in bad doet en ze op bed legt. Joyce heeft het helemaal gehad en heeft (terecht) een beetje medelijden met zichzelf.

Als Robert en Joyce ’s avonds in bed liggen, zitten ze allebei op hun eigen telefoon. Zij bekijkt Instagram, hij de krant en zegt dan: “Schat, mijn schone overhemden zijn op, zou je er morgen een paar kunnen strijken?”

Joyce ontploft langzaam. Eerst een sneer. Waarom zij dat moet doen en of hij zich wel realiseert wat er allemaal nog meer gebeurt op een dag met de kinderen. Robert begrijpt niet waar deze uithaal voor nodig is en slaat terug. Alsof hij de hele dag uit zijn neus zit te eten. Hij verdient toch het grootste deel van hun inkomen? En zij wilde toch thuis zijn voor de kinderen? Er ontstaat een verhitte discussie over wie waar recht op heeft en waar de ander totaal geen rekening mee houdt.

Wat er werkelijk aan de hand is, is dat ze onvoldoende stilstaan bij hoe ze allebei aan topsport doen. Hoe ze samen als het ware een firma draaiende proberen te houden. Met financieel beheer, onderhoud van tanden van de kinderen, de rekeningen op tijd betalen, de eindeloze stroom was opruimen, lekke banden plakken, de auto wassen, boodschappen doen, de tuin onderhouden, de kleren van de kinderen uitzoeken, de badkamer schimmelvrij maken, de buurvrouw een bloemetje brengen als ze jarig is, de spaarrekening voor de kinderen aanvullen zodat ze later een fatsoenlijke studie kunnen volgen…

Robert en Joyce werken zich allebei te pletter. Vanuit die uitputting is het moeilijk om je nog in een ander te verplaatsen. Om een klacht niet als een verwijt te horen.

Als zij klaagt over haar dag, hoort hij: “waarom moet ik dit allemaal alleen doen? Waar ben je als ik je nodig heb? Ik kan niet op jou rekenen!” dus reageert hij met een verdediging. Daar maakt zij uit op dat ze inderdaad niet op hem kan rekenen: “waarom zeur je? Ik werk veel harder dan jij, jij zit hier maar een beetje thuis met die schatten van kinderen.” Wat natuurlijk olie is op haar vuur. Want ze verlangt naar erkenning voor alle ballen die ze in de lucht houdt. En hij wil erkenning voor het feit dat hij zonder klagen bij zijn ellendige baas blijft, omdat hij zich hartstikke verantwoordelijk voelt voor het welzijn van zijn vrouw en kinderen. Allebei werken ze hard, zorgen ze matig voor zichzelf en weten ze niet hoe ze hun verlangens en behoeften bevredigd kunnen krijgen. Hoe ze moeten communiceren op een manier die werkt. Hoe het komt dat ze reageren zoals ze doen.

Wat herken je van je eigen relatie in bovenstaand verhaal? Waarin zou je je partner meer mogen erkennen en waarderen? Het begint met aandacht voor zijn of haar bijdrage aan jullie leven samen. Door gewoon te vragen: hoe was je dag? Wat heb je allemaal gedaan? Heb je het nog naar je zin op je werk? En erkenning geven: je zal wel moe zijn na zo’n intensieve dag, of: ik waardeer het dat je dit doet voor ons (geld verdienen, opruimen, kinderen verzorgen).

Hoe goed kun jij je behoeften uiten? Ga je zeuren of verwijten als je niet krijgt wat je wil? Of kun je een heldere boodschap geven hoe het met je gaat en wat je graag zou willen?

Meestal zijn we gebaat bij een complete boodschap, om zo niet verkeerd begrepen te worden. Robert zou kunnen zeggen:

“Schat, jij zult ook kapot zijn na een dag met de kinderen. Ik waardeer het echt dat je zoveel hebt gedaan! Maar ik merk dat ik na zo’n dag op mijn werk zelf ook gesloopt ben. Ik zou zo graag even op de bank liggen en een koud biertje drinken. En jij vast ook. Wat zie jij nog zitten? Heb jij nog puf om….?”

Joyce zal vervolgens heel anders reageren dan zichzelf te verdedigen:

“Ja ik ben inderdaad kapot. En ik snap wel dat jij dat ook bent. Zie jij het zitten om de kinderen op bed te leggen? Dan zorg ik dat het hier netjes is als je weer beneden komt. En dan doen we niks meer, behalve samen een biertje drinken. Wat vind je daarvan?”

Naar een idee van Alain de Botton in Weg van liefde.

Foto: Alexander Dummer

Komen jullie vaak in dezelfde ruzies terecht?

Ontdek nu hoe het ook anders kan!