Marieke (36) heeft met haar man twee kinderen. Ze proberen samen op één lijn te zitten qua opvoeding, maar zijn ondertussen erg verschillend van elkaar. “De kinderen krijgen bij mij iets anders dan bij mijn man. Hij geeft duidelijke grenzen, terwijl ik ze liever meer ruimte geef. Soms vraag ik me af of dit wel veilig voor de kinderen voelt.”

Dit stel investeert in hun relatie, zo vertelt Marieke mij als we even contact hebben. Hun verschillen onderling zijn erg groot, dus misschien dat ze daardoor meer noodzaak voelen om alert te zijn op vervelende patronen. Marieke is een hoogsensitief persoon (HSP) en ze ziet kenmerken van Attention Deficit Disorder (ADD) bij haar man. Zij wil rust, hij wil drukte en mensen zien. Even kort door de bocht gezegd.

 

1. Verken de verschillen

De manier waarop je je kinderen vrij laat, kan variëren van ‘ik kan ze goed loslaten en wil dat ze hun eigen ervaringen opdoen’ tot ‘ik ga liever mijn eigen gang en daarbij verwaarloos ik mijn kinderen soms wel’. Wat is de zwakte van hoe je het aanpakt met je kinderen, en wat is daarin je kracht?

Zo heb ik zelf thuis veel onder controle, de trein loopt goed. Een groot nadeel is dat ik daardoor minder flexibel ben, heftiger reageer op onverwachte dingen zoals ruzie of chaos. Mijn man laat de boel meer de boel, waardoor de kinderen meer ontspannen en eerder creatief spelen. Een groot nadeel is het gebrek aan structuur dat daarbij ontstaat, die de kinderen (en hemzelf) ook niet altijd goed doet. De manier waarop we ‘samen zijn met de kinderen’ is heel verschillend en kent zowel krachten als zwakten.

Hoe zit dat bij jullie? Wat zou je kunnen leren van elkaar als het gaat om opvoeding van je kind? Waardeer elkaar ook voor deze verschillen die er nou eenmaal zijn. Al zijn ze nog zo groot.

Zorg dat je elkaar goed kent. Ga uit van de beste intenties en ga dan pas het gesprek aan. Jullie willen namelijk beide het beste voor de kinderen.

Het moge duidelijk zijn dat de onveiligheid in verschil alleen maar zit in de manier waarop dit stel met deze verschillen omgaat.

2. Wat geef je je kinderen mee?

Vaak zie ik mensen in mijn praktijk die een ‘beperkt repertoire’ hebben (waar dus problemen van komen). Een voorbeeld: Ze weten hoe ze zich moeten terugtrekken én hoe ze knallende ruzie moeten maken, want dat was precies wat hun ouders deden of wat ze zelf deden als reactie daarop. Die knallende ruzies riep zoveel angst op bij hen als kind, dat ze dat per se willen schrappen uit hun repertoire en vervolgens alleen nog maar kunnen terugtrekken en de lieve vrede kunnen bewaren (in plaats van werkelijke vrede). Begrijpelijk maar niet handig als je met elkaar schuurt, als geliefden en als ouders. Dit soort voorbeelden laten me zien dat we alleen kunnen herhalen wat we hebben geleerd. Hoe meer je een kind aanbied, hoe meer het leert. Hoe meer repertoire het heeft. Dat geldt voor positieve en voor negatieve dingen die ze tegenkomen in de opvoeding.

Hoe mooi is het als kinderen zowel leren omgaan met chaos, vrijheid en creativiteit als met rust, grenzen en voorspelbaarheid? Het klinkt alsof Marieke en haar man beide waardevolle kanten kunnen meegeven aan hun kinderen.

 

3. Maak van je zwakte je kracht

Onbewust geven we veel door aan onze kinderen, wat ze vervolgens óók allemaal in hun repertoire krijgen. Dus probeer eens te bedenken waarom je doet zoals je doet. Waarom heb je zo’n moeite met kaders en grenzen? Of waarom wil je juist overal controle over hebben? Waarom schreeuw je tegen je kind of waarom houd je juist je mond als er ruzie is?

Als volwassenen, als ouders, reageer je nog steeds vanuit de reactie op je eigen opvoeding. Dus misschien wil je strakke grenzen omdat je je diep van binnen angstig voelt. Misschien wil je juist vrijheid voor je kinderen omdat je zelf zo geleden hebt onder een strak regime thuis. Ik noem maar wat. Maar zou het kunnen zijn dat er angst onder je gedrag zit? Dan geef je dat namelijk ook mee.

Dus zorg dat je weet waar je bang voor bent, waarom je doet zoals je doet, waarom dingen belangrijk zijn voor jou. Het gaat in opvoeden namelijk niet over goed of fout (al zijn sommige dingen wenselijker om te doen in verband met de veiligheid van het kind uiteraard). Het gaat over hoe jij jezelf in de positie van opvoeder plaatst, wat je van jezelf verwacht, van je kinderen en van je omgeving. Wat daarin zou een ongezond patroon kunnen zijn? Wat geef je per ongeluk voor ongezonds of onveiligs aan je kind mee?

Het mooiste wat je je kind kunt geven is een papa of mama die niet bang is (lees: vermijdend, onrustig, gestrest, onzeker). Want dan kan het kind ook ontspannen. Chaos is heerlijk, als het niet uit angst is. Grenzen zijn ook heerlijk (want veilig), als het maar niet uit angst is. Want als er IETS is dat een kind feilloos aanvoelt… is als jij bang, onzeker, afhankelijk, verdrietig bent. Zo zijn ze geweven. Om te overleven.

>> zorg dat je een goed team in de opvoeding bent

P.S. Grappig aan deze casus vind ik dat Marieke zichzelf als heel gevoelig omschrijft maar wel de ouder is die de vrijheid en ruimte wil bieden. Ze zou juist door te kijken naar hoe haar man met grenzen en structuur omgaat, meer rust in haar eigen leven kunnen brengen. 🙂

Foto: Humphrey Muleba

Ontdekken waar jouw patronen vandaan komen?

Word samen een team in de opvoeding!

Meer inspiratie voor jouw relatie: